 |

|  |
Spelregels 9-ball
3.1 Doel van het spel
Nine ball wordt gespeeld met de speelbal en de genummerde ballen van één tot en
met negen. Bij elke stoot moet de speelbal als eerste de laagst genummerde bal
op de tafel raken, de ballen hoeven echter niet in volgorde gepot te worden.
Zolang hij op een geldige manier genummerde ballen pot en hij geen foul maakt of
het spel wint door de 9-bal te potten, blijft een speler aan de beurt. Na een
misser moet de aan tafel komende speler beginnen met de speelbal op de plaats
waar hij ligt, werd er echter een foul gemaakt, dan krijgt hij de bal in de hand
overal op de tafel. De stoten hoeven niet aangekondigd te worden. Een partij
eindigt wanneer een (1) van de spelers het aantal te winnen games heeft
gewonnen.
3.2 Openingsconfiguratie
De ballen worden in een ruitvorm gelegd met de 1-bal aan de voorkant van de
ruit, en op het voetpunt, en de 9-bal in het midden van de ruit, die met de
lange diagonaal op de lange lijn ligt. De overige ballen liggen willekeurig in
de ruit waarbij ze elkaar moeten raken. Het spel begint met de speelbal in de
hand achter de hoofdlijn.
3.3 Geldige break
De regels voor de break zijn dezelfde als voor alle andere stoten, met de
volgende bijzonderheden:
1. de openende speler moet niet enkel de 1-bal als eerste raken maar moet daarna
tevens één of meerdere genummerde ballen potten of minimaal vier genummerde
ballen een band laten raken.
2. Als de speelbal gepot of van tafel gespeeld wordt of als niet voldaan word
aan de hierboven genoemde vereisten, dan is dat een foul en krijgt de aan tafel
komende speler de bal in de hand over de hele tafel.
3. Als bij de break een genummerde bal van tafel gespeeld word, dan is dat een
foul en krijgt de aan tafel komende speler de bal in de hand over de hele tafel,
de van de tafel gespeelde bal wordt niet gerespot, tenzij het de 9-bal is.
3.4 Verdere verloop van het spel
Op de stoot direct volgend op de break mag een 'push out' gespeeld worden (zie
regel 3.5). Als de openende speler één of meerdere ballen pot, mag hij verder
spelen tot hij mist, wint of een foul maakt. Als de speler mist of een foul
maakt, speelt de tegenspeler op dezelfde voorwaarden verder.
Het spel gaat verder tot de 9-bal geldig gepot wordt, een (1) van de spelers een
derde foul maakt of de wedstrijd omwille van een ernstige inbreuk gestopt wordt
met forfait.
3.5 Push out
De speler die de eerste stoot na de break - die geldig moet zijn geweest -
speelt mag een 'push out' spelen om de speelbal in een betere positie te leggen
voor het verdere spel. Bij een 'push out' is het niet nodig de speelbal een
genummerde bal of een band te laten raken, alle andere foul regels blijven
echter gelden. Een 'push out' moet vooraf aangekondigd worden, zoniet dan zal de
stoot als een gewone stoot beschouwd worden. Alle ballen die tijdens een 'push
out' gepot worden, blijven gepot, uitgezonderd de 9-bal, die gerespot wordt. Een
'push out' is een geldige stoot zolang er geen regels (behalve 3.7 en 3.8)
worden overtreden. Een ongeldige 'push out' wordt overeenkomstig de overtreden
regel bestraft.
Na een 'push out' mag de inkomende speler kiezen of hij de volgende stoot zelf
speelt, of dat hij hem overlaat aan de speler die de 'push out' gespeeld heeft.
In beide gevallen zijn alle volgende stoten gewone stoten, die op een geldige
wijze gespeeld moeten worden.
Als bij de break een foul gemaakt wordt, mag er geen 'push out' gespeeld worden.
3.6 Fouls
Als een speler een foul maakt, dan stopt zijn beurt. Alle ballen die hij gepot
heeft blijven weg, uitgezonderd de 9-bal die gerespot wordt. De inkomende speler
krijgt de bal in de hand over de hele tafel. Maakt een speler meerdere fouls in
één enkele stoot, dan worden die slechts als één foul gerekend.
3.7 Verkeerde bal raken
Als de eerst geraakte bal niet die met het laagste nummer is, dan is dat een
foul.
3.8 Geen band raken
Als er geen genummerde bal gepot is, en er wordt geen band door de speelbal of
een genummerde bal na de stoot geraakt, dan maakt men een foul.
3.9 Bal in de hand
Als een speler de bal in de hand krijgt, dan mag hij die overal op de tafel
leggen zonder de genummerde ballen aan te raken. Hij mag de positie aanpassen
tot hij stoot.
3.10 Ballen van tafel spelen
Ballen die tot stilstand komen op een andere plaats dan het laken zijn van de
tafel afgesprongen ballen. (zie regel 1.28) Wanneer een speler een bal van tafel
afspeelt maakt men een foul. Een van tafel gespeelde bal komt niet terug op
tafel, tenzij het de 9-bal is. (zie regel 1.32)
3.11 Jump- en masseer fouls
Als er geen scheidsrechter is, zal het bewegen van een tussenliggende bal
tijdens een poging tot jumpshot over of masseren of draaien rond beschouwd
worden als een foul. (ook al wordt die bal bewogen door een hand, keu
follow-through of brug)
3.12 Drie opeenvolgende fouls
Als een speler drie opeenvolgende fouls begaat in drie opeenvolgende stoten (dus
zonder dat hij in de tussentijd een geldige stoot maakt), dan verliest hij het
spel. De drie fouls moeten alle drie in dezelfde game plaatsvinden. De speler
moet tussen de tweede en de derde foul - op het moment dat hij de 'derde' maal
aan de tafel komt - gewaarschuwd worden dat hij reeds twee opeenvolgende fouls
gemaakt heeft.
De beurt van een speler begint wanneer het voor hem toegelaten is een stoot uit
te voeren en eindigt bij het einde van de stoot (als hij mist, een foul begaat
of het spel wint).
NB: Wanneer er niet gewaarschuwd wordt dat een speler reeds twee opeenvolgende
fouls heeft gemaakt kan hij nog niet verliezen op drie fouls.
3.13 Einde van het spel
Een spel begint zodra de speelbal de hoofdlijn overschrijdt bij de break. De
1-bal moet geldig geraakt worden bij de break. Het spel eindigt bij de geldige
stoot waarin de 9-bal gepot wordt of wanneer een speler een forfait heeft
tengevolge van een foul.
| |
|
|